Zonlicht valt op een open plek in een licht bos

Wat is verslaving, en is het een ziekte?

Polle van den Dop

Verslaving is een patroon waarin iemand steeds minder controle over het gebruik van een middel krijgt, terwijl het gebruik doorgaat ondanks merkbare nadelen. Minderen of stoppen lukt dan bijvoorbeeld herhaaldelijk niet. Hulpverleners spreken van een stoornis in het gebruik van een middel en kijken daarvoor naar elf criteria uit de DSM-5. Twee of drie criteria wijzen op een lichte stoornis, vier of vijf op een matige en zes of meer op een ernstige.

Op de vraag of verslaving een ziekte is bestaat geen antwoord dat iedereen op precies dezelfde manier formuleert. In de zorg worden verschillende modellen naast elkaar gebruikt. Veel aandacht gaat naar de wisselwerking tussen lichamelijke aanleg, psychologische factoren, wat iemand heeft meegemaakt en de sociale omgeving.

Geschreven door Polle van den Dop · 9 september 2026

De vraag wat is verslaving? lijkt eenvoudig, maar achter het woord gaan verschillende vragen schuil. Wanneer is gebruik meer dan een gewoonte? Waarom blijft iemand gebruiken terwijl de gevolgen duidelijk zijn? En betekent een verslaving dat iemand geen vrije keuze of mogelijkheid tot verandering meer heeft?

In dit artikel lees je hoe hulpverleners verslaving omschrijven, hoe je een verslaving kunt herkennen, hoe zij kan ontstaan en welke rol het woord ziekte daarin speelt. De nadruk ligt op middelen zoals alcohol, drugs en medicijnen. Gedragsverslavingen komen kort terug bij de veelgestelde vragen.

In dit artikel

Wat is verslaving?

In gewone woorden betekent verslaving dat iemand niet meer zo vrij over het gebruik kan beslissen als hij zou willen. Er wordt bijvoorbeeld vaker of meer gebruikt dan gepland, stoppen lukt niet zoals voorgenomen of het middel krijgt steeds meer ruimte. Dat is herkenbaar, maar het zegt nog niet precies waar de grens ligt.

Hulpverleners gebruiken daarom een preciezere term. In de DSM-5, het handboek waarmee psychische stoornissen worden geclassificeerd, heet dit een stoornis in het gebruik van een middel. Een deskundige kijkt naar elf criteria in een periode van twaalf maanden. Twee of drie criteria passen bij een lichte stoornis, vier of vijf bij een matige en zes of meer bij een ernstige. Die ernstige vorm komt het dichtst bij wat mensen in het dagelijks leven meestal een verslaving noemen.

Volgens Jellinek worden deze criteria gebruikt bij verschillende middelen, waaronder alcohol, cannabis, opiaten en stimulerende middelen. Er bestaat dus niet voor ieder middel een eenvoudige grens in glazen, grammen of gebruiksmomenten. De hoeveelheid is belangrijk voor de risico's, maar stelt op zichzelf geen verslaving vast.

Wat de criteria wel meten, laat zich in vier groepen samenvatten.

Waar de criteria over gaan Hoe dat eruitziet
Controle Meer of langer gebruiken dan het plan was en herhaaldelijk niet kunnen minderen of stoppen zoals voorgenomen
Ruimte in het leven Veel tijd kwijt zijn aan het regelen, gebruiken en herstellen, terwijl hobby's, werk of contacten minder ruimte krijgen
Doorgaan ondanks gevolgen Blijven gebruiken terwijl het problemen geeft op het werk, thuis, in relaties of voor de lichamelijke of psychische gezondheid
Het lichaam Tolerantie, dus meer nodig hebben voor hetzelfde effect, en klachten bij stoppen of minderen

Opvallend is dat de criteria bijna nergens een vaste hoeveelheid noemen. Ze kijken vooral naar controle, tijd, gevolgen en lichamelijke aanpassing. Dat voorkomt dat één getal moet bepalen of er wel of geen probleem is. De elf criteria staan volledig uitgeschreven in het artikel over wanneer je alcoholist bent, inclusief de bron.

Twee mensen zitten pratend aan een grote tafel in een lichte ruimte
De criteria gaan bijna nergens over hoeveelheid.

Hoe herken je een verslaving?

Een verslaving is niet altijd aan de buitenkant te herkennen. Iemand kan blijven werken, afspraken nakomen en voor de omgeving normaal functioneren. Vaak vallen eerst kleinere verschuivingen op die zich blijven herhalen.

Vijf dingen komen daarbij het vaakst terug:

  1. Het eigen plan houdt geen stand. Er wordt vaker of meer gebruikt dan van tevoren bedacht.
  2. Minderen lukt niet. Er zijn oprechte pogingen geweest die niet hebben standgehouden.
  3. Er gaat steeds meer tijd in zitten. Niet alleen het gebruik zelf, ook het regelen ervoor en de uren erna.
  4. Andere dingen wijken. Afspraken, sport, contacten of werk komen op de tweede plaats.
  5. Het gaat door ondanks de gevolgen. De nadelen zijn bekend en veranderen weinig aan het gebruik.

Naasten kunnen daarnaast merken dat gesprekken over het gebruik stroever worden. Iemand kan ontwijken, minder vertellen of onduidelijk zijn over hoeveel er is gebruikt. Daar kunnen schaamte, angst voor ruzie of de wens om door te kunnen gebruiken onder liggen. Het is alleen geen vast gedrag van een verslaafde en ook geen bewijs op zichzelf. Mensen reageren heel verschillend op zorgen uit hun omgeving.

Herkennen is iets anders dan diagnosticeren. Losse kenmerken kunnen ook een andere verklaring hebben. Een huisarts, psycholoog of verslavingsarts kan samen met de betrokkene beoordelen wat er werkelijk speelt.

Is verslaving een ziekte?

Op de vraag is verslaving een ziekte? geven deskundigen niet allemaal exact hetzelfde antwoord. Dat komt doordat ieder model een ander deel van hetzelfde probleem benadrukt. Jellinek beschrijft negen opvattingen en geeft aan dat tegenwoordig vooral het biopsychosociale model en het hersenziektemodel worden gebruikt.

Een paar van die opvattingen kom je het vaakst tegen.

Opvatting Wat die zegt
Het hersenziektemodel Door herhaald gebruik kunnen hersenprocessen rond beloning, motivatie en controle veranderen, waardoor het gebruik moeilijker te sturen wordt
Het gedragstherapeutische model Gebruik is aangeleerd gedrag dat op korte termijn iets oplevert en daardoor steeds opnieuw kan terugkomen
Het biopsychosociale model Biologische aanleg, psychologische ontwikkeling en sociale omstandigheden beïnvloeden elkaar
Het morele model Verslaving zou voortkomen uit een zwakke wil of morele tekortkoming. Dit is een veroordelende opvatting en geen passende basis voor zorg

Het ziektemodel kan helpen om verslaving niet langer te zien als een gebrek aan karakter. Herhaald gebruik kan processen in de hersenen veranderen en sterke aangeleerde reacties oproepen. Dat verklaart waarom een oprecht besluit om te stoppen niet altijd genoeg is om het patroon meteen te doorbreken.

Tegelijk betekent het woord ziekte niet dat iemand voor altijd machteloos is of dat herstel onmogelijk wordt. Mensen kunnen veranderen, herstellen en opnieuw meer vrijheid ervaren. Meestal vraagt dat niet om één verklaring, maar om aandacht voor het lichaam, de gedachten en gevoelens, het aangeleerde gedrag en de omstandigheden waarin iemand leeft.

Het woord dat je gebruikt kan helpen om verslaving te begrijpen. Voor verandering blijft daarnaast de persoonlijke vraag belangrijk: wat verwacht je van het middel op het moment dat het aantrekkelijk wordt?

Hoe ontstaat een verslaving?

Een verslaving ontstaat zelden door één oorzaak. Het biopsychosociale model kijkt naar verschillende factoren die elkaar kunnen versterken.

Biologische aanleg. Mensen verschillen in erfelijke kwetsbaarheid, gevoeligheid voor beloning en de snelheid waarmee tolerantie of afhankelijkheid ontstaat. Daardoor kan hetzelfde gebruik voor twee mensen heel anders uitpakken.

Psychologische factoren en ervaringen. Stress, somberheid, slecht slapen, eenzaamheid of ingrijpende ervaringen kunnen een middel aantrekkelijker maken wanneer het op korte termijn rust, verdoving, energie of zelfvertrouwen geeft. Zulke ervaringen leiden niet automatisch tot verslaving, maar kunnen wel deel van het patroon worden.

De sociale omstandigheden. Beschikbaarheid, werkdruk, geldzorgen, steun uit de omgeving en wat in een vriendengroep of cultuur normaal wordt gevonden, kunnen invloed hebben op het ontstaan en voortbestaan van gebruik.

Ook het middel zelf maakt verschil. De werking, snelheid, duur en kans op lichamelijke afhankelijkheid verschillen per middel. Daarom verloopt een cocaïneverslaving niet precies hetzelfde als afhankelijkheid van alcohol, GHB of slaapmedicatie. Voorbeelden staan uitgewerkt in de artikelen over coke, ketamine en blowen.

Waarom blijft iemand gebruiken terwijl de nadelen zichtbaar zijn?

Van buitenaf kan dit moeilijk te begrijpen zijn. Als iemand de schade ziet, waarom stopt diegene dan niet? Op het moment van gebruiken ziet de afweging er alleen anders uit dan achteraf.

Het effect van het middel is op dat moment echt en dichtbij. Het kan onrust dempen, somberheid verzachten, energie geven of een lege avond gemakkelijker laten voelen. De nadelen zijn ook werkelijk, maar liggen vaak verder weg. Wat nu verlichting belooft, kan daardoor zwaarder wegen dan wat morgen volgt.

Goede argumenten of duidelijke grenzen kunnen belangrijk zijn, maar zijn niet altijd genoeg om deze afweging te veranderen. Ze gaan meestal over de hele cirkel, terwijl de keuze om te gebruiken op één kwetsbaar moment wordt gemaakt. In het artikel over wilskracht lees je waarom alleen harder proberen daardoor zo uitputtend kan worden.

Online traject Van verslaving naar vrij leven
Online traject · elf lessen
Van verslaving naar vrij leven

In dit online traject onderzoek je waarom het middel op bepaalde momenten aantrekkelijk blijft en wat de hele cirkel je kost. Zo hoeft stoppen niet alleen te draaien om jezelf steeds opnieuw tegenhouden.

Hoe kom je van een verslaving af?

Er bestaat geen route die voor iedereen hetzelfde werkt. Wat passend is, hangt onder andere af van het middel, de ernst van het gebruik, lichamelijke risico's, psychische klachten, eerdere pogingen en de steun die iemand om zich heen heeft. Een paar onderdelen keren wel vaak terug.

Veiligheid gaat voorop. Bij langdurig of zwaar alcoholgebruik, regelmatig GHB-gebruik, langdurig gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen en gebruik van opioïden is overleg met een arts belangrijk voordat je stopt of sterk mindert. Vooral stoppen met GHB kan zonder medische hulp levensgevaarlijk zijn. Slaap- en kalmeringsmiddelen moeten na langer gebruik meestal geleidelijk worden afgebouwd. Wat er per middel kan gebeuren, staat in het artikel over afkickverschijnselen.

Er zijn meerdere vormen van hulp. Je kunt beginnen bij de huisarts of rechtstreeks advies vragen bij een instelling voor verslavingszorg. Daarnaast bestaan er behandelingen, zelfhulpgroepen, begeleiding door een verslavingscoach en online trajecten. Deze mogelijkheden sluiten elkaar niet uit. Welke combinatie passend is, hangt af van wat iemand nodig heeft. De verschillen staan in het artikel over de verslavingscoach.

Alleen harder proberen is vaak niet genoeg. Een besluit en doorzettingsvermogen kunnen helpen, maar ze nemen niet automatisch weg wat het middel aantrekkelijk maakt. Daarom is het belangrijk om ook te onderzoeken welke functie het gebruik heeft gekregen en wat er nodig is op de momenten waarop die aantrekkingskracht terugkomt.

Dat is waar Van verslaving naar vrij leven op aansluit. In elf lessen onderzoek je wat het middel op moeilijke momenten belooft en wat de hele cirkel je kost. Het doel is niet dat je alleen beter leert volhouden, maar dat je steeds helderder ziet welke keuze werkelijk bij je past. Medische of psychologische behandeling kan daar gewoon naast bestaan.

Een breed zandpad door groene duinen in de late middag
Er is geen route die voor iedereen hetzelfde loopt.

Wanneer heb je een arts nodig?

De juiste manier van stoppen verschilt per middel en per persoon. Bij twijfel is overleg met de huisarts of verslavingszorg de veiligste eerste stap.

Bij langdurig of zwaar alcoholgebruik kan plotseling stoppen ernstige ontwenningsverschijnselen veroorzaken. Stoppen met GHB zonder medische hulp kan levensgevaarlijk zijn. Slaap- en kalmeringsmiddelen moeten na langer gebruik meestal stapsgewijs worden afgebouwd met hulp van een huisarts of psychiater. Bij gebruik van heroïne of andere opioïden is professionele begeleiding eveneens belangrijk. Bespreek eerlijk welke middelen je gebruikt en of je combineert, zodat een arts de risico's goed kan inschatten.

Na een periode zonder gebruik kan je tolerantie zijn gedaald. Vooral bij opioïden kan een dosis die iemand eerder gewend was daardoor een overdosis veroorzaken en levensgevaarlijk zijn. Ook het combineren van verdovende middelen, bijvoorbeeld opioïden, alcohol, GHB of slaap- en kalmeringsmiddelen, kan de ademhaling onderdrukken en het risico sterk verhogen.

Betrouwbare informatie staat bij Thuisarts en bij Jellinek. Thuisarts geeft ook aparte uitleg over stoppen met alcohol, GHB en kalmeringsmiddelen. Heb je acute ernstige klachten, raakt iemand buiten bewustzijn of ademt iemand niet normaal, bel dan direct 112.

Veelgestelde vragen

Wat is verslaving?

Verslaving is een patroon waarin iemand steeds minder vrij over het gebruik kan beslissen en toch doorgaat ondanks merkbare nadelen. Hulpverleners spreken van een stoornis in het gebruik van een middel en kijken daarvoor naar elf criteria uit de DSM-5. Minstens twee criteria in twaalf maanden wijzen op een stoornis; zes of meer op een ernstige vorm.

Is verslaving een ziekte?

Deskundigen gebruiken verschillende modellen. Het biopsychosociale model kijkt naar de wisselwerking tussen biologische aanleg, psychologische factoren en sociale omstandigheden. Het hersenziektemodel benadrukt veranderingen in hersenprocessen. Beide kunnen helpen om verslaving te begrijpen; geen van beide betekent dat herstel onmogelijk is.

Hoe herken je een verslaving? Noem vijf kenmerken.

Vijf veelvoorkomende kenmerken zijn: vaker of meer gebruiken dan gepland, herhaaldelijk niet kunnen minderen, steeds meer tijd aan het gebruik kwijt zijn, andere activiteiten die ervoor wijken en doorgaan terwijl de nadelen merkbaar zijn. Losse kenmerken vormen nog geen diagnose.

Wat is het gedrag van een verslaafde?

Er bestaat geen vast gedrag van een verslaafde. Naasten kunnen merken dat iemand gesprekken over het gebruik ontwijkt, minder open wordt of afspraken niet nakomt. Daar kunnen schaamte, angst voor ruzie of de wens om te blijven gebruiken onder liggen, maar het verschilt sterk per persoon.

Welke soorten verslaving zijn er?

Er zijn verslavingen aan middelen, zoals alcohol, drugs en bepaalde medicijnen, en stoornissen door verslavingsgedrag. Gokstoornis en gamestoornis zijn in de ICD-11 opgenomen als stoornissen door verslavingsgedrag. De precieze indeling verschilt per classificatiesysteem; dit artikel gaat vooral over middelen.

Hoe kom je van een verslaving af?

Er is geen route die voor iedereen hetzelfde werkt. Bij langdurig of zwaar alcoholgebruik, GHB, langdurig gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen en opioïden is medische beoordeling belangrijk voordat je stopt. Daarnaast kunnen verslavingszorg, behandeling, zelfhulpgroepen, coaching en online trajecten helpen.

Wat doet een verslaving met je leven?

Een verslaving kan op veel plekken tegelijk schuren: je gezondheid, je slaap, je werk, je relaties en je geld. Vaak gaat dat geleidelijk, waardoor je het zelf pas laat ziet. Over de kant van geld lees je meer in verslaving en geld, over wat het met je gevoel doet in verslaving en schaamte. Ook de mensen om je heen merken het. Hoe je daarover met je kinderen praat, staat in je kind vertellen over je verslaving, en wat het later met kinderen doet in volwassen kind van een verslaafde ouder.

Wil je stoppen met je verslaving?

In Van verslaving naar vrij leven onderzoek je in elf lessen waarom het middel aantrekkelijk blijft, wat de hele cirkel je kost en welke keuze werkelijk bij je past. Het traject helpt je verder kijken dan alleen volhouden of jezelf iets verbieden. Online en in je eigen tempo.

Bekijk het traject →

€197 · online, in eigen tempo

Lees ook

Geschreven door

Polle van den Dop

Verslavingscoach en maker van de methode achter Verslaving Doorzien

Ik help mensen begrijpen waarom gebruik aantrekkelijk blijft, ook wanneer ze allang zien wat het hun kost. Daarvoor ontwikkelde ik Van verslaving naar vrij leven: een online traject van elf lessen waarin stoppen niet alleen draait om volhouden, maar om helder zien wat je werkelijk wilt. Lees waar de methode op rust.

Terug naar blog